1. Verwijzing

De vraag tot diagnostisch onderzoek gebeurt op eigen initiatief of op basis van een doorverwijzing via een arts (huisarts, kinderarts, neuroloog, psychiater e.a.), een psycholoog, de school, het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) of andere hulpverleners.

2. Aanmelding

Bij een eerste (telefonisch of mondeling) contact wordt een afspraak gemaakt voor een intakegesprek met de ouders. Meteen wordt de specifieke hulpvraag bepaald, er zijn twee mogelijkheden:

  1. De vraag betreft het onmiddellijk opstarten van logopedische of kinesitherapeutische therapie. Hierbij is een kort (monodisciplinair) onderzoek bij de logopedist of kinesitherapeut voldoende om de therapie aan te vatten.
  2. De vraag is complex en vereist meer uitgebreid, multidisciplinair onderzoek. Hierbij wordt het kind geëvalueerd vanuit verschillende disciplines: pedagogisch, logopedisch en/of kinesitherapeutisch.

Tijdens het eerste gesprek proberen we een beeld te vormen van de algemene ontwikkeling van het kind of de jongere en brengen we de gesignaleerde problemen in kaart. Indien nodig wordt toestemming gevraagd voor het opvragen van medische, psychologische en/of schoolse gegevens. Eventueel worden observatielijsten meegegeven.

3. Onderzoek

In een individuele testsituatie wordt – afhankelijk van de aanmeldingsvraag en de verzamelde informatie – het onderzoek gericht op taal, motoriek, intelligentie, concentratie, schoolrijpheid, en/of schoolvorderingen. Indien noodzakelijk wordt verwezen voor aanvulling met medisch-klinisch, neurologisch of psychologisch/psychiatrisch onderzoek.

4. Interdisciplinair overleg

Tijdens het interdisciplinair overleg worden het dossier en de onderzoeksresultaten besproken. Aan dit overleg nemen alle betrokken specialisten deel.
Er wordt eveneens uitgestippeld welke prioriteiten gelegd worden en hoe de hulpverlening georganiseerd kan worden. Enerzijds wordt bepaald of het aangewezen is door te verwijzen naar een gespecialiseerde hulpverlener zoals een logopedist, een psychomotorisch therapeut, een kinesist, een psycholoog of een pedagoog. Anderzijds wordt nagegaan welke rol de school kan spelen in de behandeling. Zo worden (wanneer relevant) concrete pedagogische en didactische adviezen gegeven aan de leerkracht of de individuele therapeut die instaat voor de begeleiding van de leerling. De uiteindelijke keuze over de te volgen weg berust bij de ouders.

5. Bespreken verslag + advies

Na de afronding van het onderzoek is er een gerichte schriftelijke en mondelinge verslaggeving aan de ouders en/of betrokkene. Er wordt geprobeerd om de gestelde vragen te beantwoorden. Vervolgens worden een aantal oplossingen voorgesteld en besproken.

6. Begeleiding

Elk kind ontwikkelt zich op een eigen, unieke manier en dus is ook elk probleem anders. Omwille van deze reden gaan we op zoek naar de begeleiding/de therapie die het meest geschikt is voor het kind in kwestie. Tijdens deze begeleiding werken we dan ook doorgaans in een één-één situatie met het kind, zodat we kunnen individualiseren en differentiëren. Voor logopedische en kinesitherapeutische behandelingen is een tegemoetkoming voorzien door het ziekenfonds.

7. Opvolging

Soms kan een follow-uponderzoek na verloop van tijd noodzakelijk zijn om de ontwikkeling te evalueren en de behandeling waar nodig bij te stellen.

  • Nieuw!

    In samenwerking met De Talentenhaven doen we diagnostiek en begeleiding van hoogbegaafde kinderen en jongeren.

    Bij Sara Torfs kan je terecht voor typlessen volgens de methode TYP 10, waarbij geen tijdsdruk wordt gelegd.

  • Studio-O

    Leopoldplaats 10
    2000 Antwerpen